|
Beschrijving:
Geluid van een koolmees:
Biotoop: Broedvogel van gebieden met struiken: parken, tuinen, boomgaarden en verspreide struikjes in het open veld. Hij geeft de voorkeur aan loofbossen boven naaldbossen.
Overnachten: Mezen slapen in de winter bij voorkeur in de nestkastjes. Het slapen in nestkasten in de winter geeft de mezen beschutting tegen regen, wind en kou en het biedt bescherming tegen roofdieren en uilen. Opmerkelijk is dat er altijd maar één mees in een kast slaapt. Van enkele andere soorten is bekend dat ze in de winter graag bij elkaar slapen wat uit een oogpunt van warmtehuishouding aantrekkelijk is. Kool- en pimpelmezen verdragen elkaar echter niet binnen zo'n kleine ruimte. Op uw wintervoerplaats kunt u ook zien dat ze vaak naar elkaar dreigen en dat er daar een rangorde bestaat. Mezen concurreren om geschikte slaapkasten. Daarbij hebben de mannetjes met een territorium de eerste keus. Ook leeftijd speelt een rol, oude vogels zijn vaak dominant over jonge vogels. Als er te weinig kasten of holtes zijn, is er vaak voor jonge vrouwtjes geen plaats.
Voedsel: Het voedsel is afwisselend, dat wil zeggen in de zomer insecten en als er weinig voedsel is ook wel plantaardig voedsel (oliehoudende zaden, beukenootjes, bessen en hazelnoten). Ze kunnen geholpen worden strenge winters door te komen door ze bij te voederen met ongezouten spek, pindaslingers, vetbollen en of zonnebloempitten.
Nest: De koolmees is een holenbroeder. Zijn aantal hangt af van de hoeveelheid beschikbare natuurlijke of kunstmatige holen, die onmisbaar zijn voor de nachtrust en de voortplanting van deze vogel. De koolmees maakt graag gebruik van nestkastjes, brievenbussen en ongebruikte regenpijpen. Het broeden vindt plaats van eind maart tot eind juni en het legsel bestaat uit gemiddeld 8 tot 11 eieren. Broedduur: 13 of 14 dagen. De jonge meesjes krijgen 30 tot 70 keer per dag een portie voedsel. Als ze 18 tot 22 dagen oud zijn, goed in de veren zitten en al kunnen vliegen, verlaten ze de nestkast. De koolmees heeft meestal één broedsel per jaar.
Geografische verspreiding:
De koolmees komt over heel Europa voor, behalve in het uiterste noorden. Is overal zeer talrijk, hoewel de dichtheid soms kan variëren. De populaties zijn onderhevig aan belangrijke schommelingen; zo wisselen jaren met enorme aantallen elkaar af met jaren van betrekkelijke schaarste. Aan de andere kant is de sterfte erg groot: 87% van de koolmezen gaat dood voor ze één jaar zijn. De koolmezen van de eilanden zijn standvogels, terwijl die van het continent zwerfvogels zijn of ook wel standvogels; die uit het hoge noorden houden een korte trek naar het zuiden.
Namen:
|
De koolmees

